Slachtoffers zoeken in donkere gebouwen

In een afgesloten fabriekshal in Limburg werden onze reddingshonden zwaar op de proef gesteld. De honden leerden er in dit donkere gebouw mee omgaan dat geuren zich hier heel anders kunnen gedragen dan op een vlakte in de buitenlucht. Aangezien we ze puur op de neus wilden laten werken, kwam deze donkere hal goed van pas. Op deze manier kon de hond geen enkel visueel contact maken met het slachtoffer.

Waarom is zoeken in gebouwen zo anders?

Honden pikken op verschillende manieren geuren op. Één van die manieren is gebaseerd op de huidpartikels die je als mens continu verliest. Deze partikels zijn zwaar genoeg om op de grond te vallen en te blijven liggen, om zo een geurspoor te vormen. Wanneer de hond zo’n spoor volgt, spreekt men van trailen.

Een andere manier waarop geur zich kan verspreiden is door geurdeeltjes die tot kilometers ver gedragen kunnen worden door de wind. Denk bij deze geurdeeltjes aan lichaamsgeuren, feromonen, zweet of ook parfum, deodorant en kleding. Op die manier ontstaat er een soort geurkegel vanaf het slachtoffer die alsmaar breder wordt naarmate de afstand toeneemt. Wanneer de hond dit soort spoor volgt, spreekt men van air-scenting.

In de buitenlucht wordt de geur van het slachtoffer meegevoerd in de richting van de wind en zijn er weinig obstakels aanwezig die deze geur in andere richtingen kan laten drijven. In gebouwen daarentegen wordt dat een stuk lastiger omdat er ofwel helemaal geen wind is, ofwel tocht ontstaat. Wanneer tocht de geur meedrijft tot aan een obstakel, bijvoorbeeld een muur, zal deze in alle mogelijke richtingen afgebogen worden. Daardoor kan de hond het heel lastig krijgen om het slachtoffer te lokaliseren.

Zo bleek tijdens een oefening van één van onze beginnende honden, dat de geur van het slachtoffer richting een tweede deur werd gedreven. De hond ving daardoor de sterkste geur op bij die deur. Dit was voor de hond een zeer leerrijk moment toen deze het slachtoffer uiteindelijk op de juiste locatie terugvond.

Gepubliceerd op 21 december 2019

Andere berichten